Raymond Minnen

Raymond stelt tentoon in CC Palethe

“… Kunstenaar Raymond Minnen (° 1950 , Balen) zet de ‘moulage’  centraal. Hij giet dagelijkse voorwerpen, vaak kitscherige objecten of religieuze beeldjes, af die een beladen politieke of religieuze betekenis in zich dragen. Zo eert hij op zijn eigen manier het banale en banaliseert meteen datgene wat geëerd zou moeten worden. Bij Minnen is in ieder gevel niets wat het lijkt. Deze Kempenaar speelt briljant met betekenissen en gooit vaststaande feiten onverwacht om.”

Leo De Ley  (kunstcriticus)

‘…Een ensemble van sculpturen, stukken ‘bewerkt’ speelgoed en andere snuisterijen en materialen uit de dagelijkse huisraad, naast elkaar gepresenteerd  als één overkoepelende constellatie. Dat is wat beeldhouwer Raymond Minnen met zijn tentoonstelling in  galerie “De Zwarte Panter” toont. Volgens Minnen komt alles voort uit het alledaagse. Zijn objecten, gipsen en  sculpturen in polyester bewerkt en assembleert hij tot een volledig imaginaire wereld waarin realisme en fantasie in elkaar haken en een verbond vormen. Door die techniek haalt hij banale voorwerpen uit hun context en dicht ze een andere betekenis toe dan die waarmee ze gewoonlijk worden geassocieerd. Deze kunstenaar brengt dan ook een eigenzinnige en persoonlijk versie van zijn “Alice in  wonderland”.

Inge Braeckman  (De Zwarte Panter)

“ … Expo’s in galeries “De zwarte Panter” in Antwerpen en “100 titres” in Brussel, een overzichtstentoonstelling in het Museum voor Moderne Kunst (nu Muzee) in Oostende en meer dan honderd individuele en groepstentoonstellingen in Vlaanderen, Wallonië en Nederland. Het spreekt boekdelen. Deze Molse kunstbedrijver is een begrip in de scene van de moderne kunst. Mijlenver weg van het produceren met winstoogmerk creëert hij, gewoon omdat hij de dwang voelt. “Inderdaad, ik werk niet naar de kunstmarkt toe. Ik ga compromisloos mijn eigen weg “ zegt de artistieke anarchist die al eens heilige huisjes durft te slopen. “Ik geef toe dat ik vaak afwijk van het conventionele pad”. De installaties die Minnen  schept spreken in verschillende talen en lagen. Het is buitengewoon fascinerend om zijn werk, dat dikwijls behoorlijk complex is, laag per laag te ontleden. “Mensen leren de taal van cijfers en letters, maar de taal van het beeld wordt ons slechts in zeer beperkte mate  aangeleerd.  Mijn werk stemt inderdaad tot nadenken”. Minnen schuimt de markten af op zoek naar bruikbare (on)dingen. Zijn oogst reïncarneert in zijn kunst die vaak met humor doordrenkt is en absurd en/of maatschappijkritisch kan zijn, of een samensmelting is van culturen, tegenpolen en iconen.  Maar altijd is zijn werk verankerd in de realiteit. De galerij van Minnen lijkt een heiligdom waar talloze religies gepredikt worden. Je ziet dingen die herkenbaar zijn en tegelijk ook bevreemdend. Niet iedereen is fan van zijn werk. “Ik wil met mijn werk niemand behagen, goed werk moet controversieel zijn.”

“…De assemblagetechniek is zijn middel bij uitstek. Hij hanteert het op virtuoze wijze bij het samenstellen van zijn werk dat hij evenwel, zoals reeds aangehaald, onttrekt aan de banaliteit door het in gips te her gieten. Zijn ongebreidelde fantasie en een grote dosis humor maken hem echter los van het zuiver toe-eigenen van…” hij beleeft aan het bijeenbrengen van dingen een verhaalachtig genoegen. Het zuiver anekdotische wordt overstegen door de kracht van het sculpturale medium. De magische binding met figuren, toestanden uit de wereld van het kind, veroorzaakt soms een schok met soms feeëriek karakter.

“…Ieder stuk bestaat op zichzelf, doch, eenmaal binnengebracht in het geheel, speelt het echter een rol in het zielstheater van de kunstenaar. Het vreemde in een wereld ons allen echter bekend, ontsluit hij voor ons oog! Deze wereld beweegt zich op de rand van kitsch en kunst, maar is daardoor alleen al grensverleggend en aan zichzelf gewaagd…”

W. Van den Bussche, hoofdconservator Museum voor Moderne Kunst, Oostende.

“…Raymond Minnen ken ik als een beminnelijk man met baard, die gewapend met emmers vol gips – zo ziet hij zichzelf  in “zelfportret met emmertje gips”, sinds de jaren ’70 ononderbroken werkt aan de creatie van een heel eigen wereld in zijn huis-tuin-atelier en toebehoren in Mol. Het meest eigene van die wereld lijkt me de absurde verbeelding en de relativerende humor in alle registers van geestige vondsten tot groteske effecten, van milde satire tot cynische spot. Bij nader toezien is het ook een dubbelzinnige wereld, de dingen zijn niet helemaal wat ze lijken. Ze balanceren vaak tussen levensecht realisme en losgeslagen fantasie, zoals de monumentale installaties met figuren in gips en polyester naar levend model, en de replica’s van gewone gebruiksvoorwerpen, levensmiddelen en verpakkingen. De toeschouwer wordt door deze trompe-l’oeil effecten vaak op het verkeerde been gezet…”

Inge Henneman, kunsthistorica

“…Met veel zin voor humor, maar bijwijlen met een even indringende ironie, benadert Raymond Minnen het doen en laten van zijn medeburgers. Langsheen zijn soms groteske beelden spreekt hij een taal die hekelt, hamert, huilt, lacht maar tegelijkertijd ook zalft en nooit kwetst. Hij is een helende toeschouwer die het lamentabele bestaan van de alledaagsheid met de verzwegen en verborgen burgergeheimen uitbeeldt. Hij heeft het relativeren van de dingen tot een tweede natuur gemaakt en beleeft oneindig veel plezier telkens hij gestalte geeft aan de absurditeit. De grens tussen kunst en kitsch wordt zo subtiel gescheiden, dat de ogenschijnlijke banaliteit, zowel in het éne als in het andere kamp terug te vinden is…”

Rob Goswin, kunstcriticus

“… Zo kleurrijk, zo vrolijk, zo absurd,  maar tegelijk ook zo boordevol verwijzingen, én met een serieuze ondertoon, zie je een kunstenaar  nog zelden werken…”

Angelique Spaninks, kunstcritica